maandag 4 juli 2011

20/25 juni: Isla del Sol








































































Maandag staan we vroeg op om de eerste boot naar het bekendste eiland in het Titicacameer te nemen. Vanaf het dak van het hostel in Copacabana hebben we een mooi uitzicht over het meer en kijken door de straat naar benden direct op het kleine haventje. Direct onder het hostel het plein en de straat vanwaar de bussen vertrekken. Hier lopen op dit uur in de ochtend vooral buschauffeurs die hun tickets naar La Paz willen verkopen: ‘a La Paz a La Paz a La Paaaaaaaz!!’ Wij pakken onze tassen op ons rug, kopen nog snel een drinkyoghurtje en gaan op zoek naar de boot. Bij aankomst in het haventje lagen er twee boten klaar, eentje die vertrok naar het noorden van het eiland, de ander naar het zuiden. Wij stappen in de boot naar het zuiden en klimmen op het dak, waar het ochtendzonnetje lekker in ons gezicht schijnt. Na even wachten tot de boot vol genoeg is vertrekken we voor de overtocht. Het is een langzaam bootje, maar dat is helemaal niet erg: ondanks het frisse windje is het heerlijk om op dit mooie meer te varen! Vanaf de boot hebben we mooi zicht op de heuvels langs het meer, op de terrassen, de bomen en de enkele huisjes. Op een gegeven moment verschijnt er een kleine opening tussen de rotsige kustlijn, waar we precies doorheen kunnen varen. En ineens zien we het eiland in zijn geheel liggen: het eiland van de zon! Al eeuwen ervaren mensen dit eiland als een bijzondere plek. Dit is de geboorteplaats van de zon, en van de beroemde beschaving van Inca’s. De vroegere bewoners noemden het eiland ‘Titi Khar’ka’, de rots van de puma, en vandaar dat het meer nu nog zo heet. Wij varen nog langs wat kleine rotseilandjes terwijl de maan het mooie plaatje compleet maakt. Na anderhalf uur varen kwamen we bij een klein haventje op het eiland. Terwijl we met al onze tassen op de pier staan komen er mensen met tickets naar ons toe, jawel, we moeten echt betalen om het eiland op te mogen. Eenmaal aan wal ploffen we op een bankje neer om ons te oriënteren: waar moeten we heen? Op het eiland zijn geen gemotoriseerde voertuigen, alles gaat te voet of per ezel. Onze angst blijkt waarheid: die enorme trap moeten we toch echt zelf omhoog, met onze volledige bepakking. Daar gaan we dan, op de ‘Escalera del Inca’, de trap die eeuwen gelden door de Inca’s is aangelegd en sindsdien door heel wat voetjes is betreden. De trap zelf bestaat uit grote ongelijke stenen, die af en toe nat zijn van het heldere kleine stroompje water dat er langs loopt. De natuurlijke bron waar dit water uit ontspringt heet ‘Fuente del Inca’, door dit stroompje zijn de terrassen langs de trap weelderig groen en staan er mooie bloemen. Doordat we op 4000 meter hoogte zitten valt de klim echt niet mee. Na een paar treden staan we weer uit te hijgen terwijl ons hart in onze keel klopt. Zuurstof!!! Na de trap te hebben overwonnen kwam de volgende verrassing: we waren er nog lang niet. Dus verder omhoog, tot we in het dorpje aankomen. Deborah vraagt bij het eerste winkeltje waar het centrum van het dorp is, wat een vreemde vraag bleek te zijn omdat we daar al bleken te zijn. We gooiden onze tassen van onze rug bij het eerste hostel dat er aardig uit zag. Na het dorp wat verkend te hebben bleek het ook de mooiste te zijn, dus dat hadden we mooi gedaan. Het hostel had een mooi terras met stoelen, waar je een fantastisch uitzicht had. De perfecte plek om bij te komen van de klim, zeker onder het genot van een goede brunch. Weer helemaal opgeladen gaan we voor de volgende inspanning richting de uitkijkheuvel. Veel plaatsen hebben hier zo’n heuvel, die dan de ‘Mirador’ heet. Vaak bereik je de heuvel na langs een tig aantal kruisen te zijn gelopen. Die waren hier niet, wel in bijvoorbeeld Tupiza en Catamarca. De coca-snoepjes die we in La Paz in het coca-museum hadden gekocht helpen ons nu een beetje bij de klim, maar door de hoogte blijft het een pittige onderneming. Gewoon langzaam maar zeker gaat het best! Eenmaal boven bleek het een drukte van jewelste op de heuvel. Geen toeristen deze keer, maar het hele dorp leek hier aan het werk. Morgen zou hier namelijk een feest gevierd gaan worden waarvoor de plek in orde gemaakt moest worden. Op de heuvel waren mannen bezig het gebouwtje af te metselen, de grond er omheen vrij te maken van struikjes en met stenen een pad te maken. De vrouwen verzamelden kleinere stenen en zand in hun doeken waarmee de grond egaal werd gemaakt. Het was erg leuk een tijdje te kijken naar de mensen die gezamenlijk zo hard aan het werk waren. Maar ook het uitzicht is hier natuurlijk erg mooi. We kijken uit over het dorpje, het meer en zien bijna het hele eiland liggen. Het meer is ongelofelijk diep-donker-bauw, blauwer dan de lucht! We zien het naastgelegen eiland liggen, ‘Isla de la Luna’, het kleinere eiland van de maan. Aan de oostkant zien we in de verte de witte bergpunten van de ‘Cordillera Real’, de bergrug met meer dan 600 pieken boven de 5000 meter. In het middaglicht lijkt de witte sneeuw wel op te lichten! Die avond zoeken we een mooie plek om de zonsondergang op het meer te bekijken. Vanaf het midden van het eiland kun je het meer aan twee kanten van het eiland zien. De zon ging onder achter de heuvels van het eiland, de wolken kregen prachtige kleuren. Samen met de rust op het eiland was het heerlijk om naar dit schouwspel te kijken! Hier op de heuvel blijkt het kleine dorpje toch heel wat restaurantjes te hebben. Maar na verschillende menu’s te hebben bekeken blijkt het aanbod voor vegetariërs overal hetzelfde: pizza, pasta met tomatensaus of een omelet. Wij worden aangetrokken door een houten bordje waarop de ‘organic home made vegetarian pizza’s’ worden aangeprezen. Ondanks dat een klein jongetje van een jaar of negen ons het restaurant van zijn familie probeert in te lokken gaan we toch voor ‘Las Velas’, een gezellig restaurantje aan de rand van het eucalyptusbos. Dat bleek een meer dan goede keuze, de sfeer is hier super gezellig door alle kaarsen en de kokkin en haar man zijn erg aardige mensen. Hier was geen elektriciteit, en het koken ging ook bij kaarslicht, op gas. De pizza’s die uit de oven kwamen waren heerlijk, en Sjem’s pasta zag er ook goed uit. Eindelijk was ook Deborah tevreden met haar maaltijd, de ‘trucha’ die zij kreeg voldeed zowaar aan haar verwachtingen! Met een flesje wijn erbij was de avond compleet. Omdat we een stukje door het bos terug moesten lopen hielp de kokkin ons terug naar het pad. Bij ons hostel genoten we nog even na, onder een fantastisch heldere sterrenhemel. We doken vroeg ons bed in, want de wekker ging de volgende ochtend wel heel erg vroeg. Om 5 uur ’s ochtends trokken we met nog half dichte ogen onze kleren aan. Deborah had zich er zo op verheugd en nu was het dan zo ver: feest op het eiland! Het is 21 juni en dat betekent hier oud en nieuw, het nieuwe jaar 5519 is aangebroken volgens de traditionele telling! Om dit te vieren wacht iedereen op de zonsopgang, teken dat het nieuwe jaar is aangebroken. Wij klimmen half slapend weer de uitkijkheuvel op, waar zich al heel wat mensen hebben verzameld. Een bandje maakt muziek op trommels en fluiten, en rond een kampvuur worden toespraken gehouden. In het donker hangt hier een bijzondere sfeer. Rond het vuur worden wat rituelen uitgevoerd, door wat voor ons ondefinieerbare dingen in het vuur te strooien en er omheen te lopen. Deborah staat natuurlijk vooraan, en ook zij krijgt de eer aan het ritueel mee te doen. De toespraken verstaan we maar heel soms, in ieder geval werden ook de toeristen welkom geheten. En dat waren er best wel wat! Ik denk dat misschien wel een kwart van de aanwezigen niet uit eilandbewoners bestond, maar dat mocht de pret niet drukken. Het was wel erg koud, en ondanks de dikke kleding was het koukleumen geblazen. De zon was meer dan welkom, niet alleen voor de eilanders, maar ook om ons een beetje op te warmen. Langzaam werd het iets lichter, en iedereen zocht een plek vanwaar de zonsopgang goed bekeken kon worden. Het was een mooie heldere ochtend, met wat wolken in de verte boven de bergen op de plek waar de zon opkwam. Net als de zonsondergang zorgden deze voor een waanzinnig mooi spektakel. Toen kwam de zon boven de bergen uit, en iedereen wenste elkaar een goed Nieuwjaar. Het feestel kon weer verder, en met nog meer muziek begonnen de mannen en vrouwen rondjes om het gebouw op de heuvel te dansen. De vrouwen hadden roze doeken om en roze rokken aan, met daaronder heel veel laagjes van nog meer rokken. Wanneer ze daarmee draaiden was dat een heel mooi gezicht! Voorop liep een man met een mooi uitgedoste lama. Dat dansen hielden ze behoorlijk lang vol, ze waren er zeker wel een uurtje mee zoet. Toen werd er op de heuvel een kuil gegraven, waar wat cocablaadjes in werden gegooid. Toen blijkbaar het laatste uur voor de lama was aangebroken zijn we met z’n tweeën vertrokken, het aanschouwen van een gruwelijk bloedbad is voor ons nou niet bepaald een feest! Zo eindigde de ochtend op de heuvel voor ons in een domper. Onze magen waarschuwden ons ondertussen dat een welverdiend ontbijtje er wel weer in ging, en daarna kropen we weer even lekker ons bed in om wat bij te slapen. Toen we na een uurtje er weer uitkwamen waren Sjem en Deborah ook weer terug van de heuvel, de feestelijkheden op de heuvel hadden een kleine pauze. Na een glas speciale sinaasappelsap trokken we ons terug van de feestende mensen. We gingen lekker op een terras op de heuvel liggen genieten van de omgeving. Daar deden we een bizarre vondst: rokende lama poep… in de schaduw! Als je zo op de grond ligt ontdek je ook dat de heuvels die er zo kaal uitzien bedekt zijn met mini plantjes en mini bloemetjes. De struikjes hebben ook bloemetjes, en ze geven op het hele eiland een heerlijke geur af. Hier heet het ‘koa’, de geur deed ons weer terugdenken aan de heerlijke Corsicaanse ‘maquis’. De hele dag kwam van overal op het eiland muziek. Dat zorgde er voor dat Deborah weer onrustig werd, omdat ze als festival-fan natuurlijk niets van het feest wilde missen. En dus ging ze er als onze ‘reporter’ op uit om te kijken wat er allemaal gaande was. Die zagen we pas tegen het begin van de avond weer terug toen het weer tijd werd voor ‘Las Velas’. Het eten was er de vorige avond zo goed dat we er niet eens aan dachten een nieuw eettentje op te zoeken! Vanaf daar zagen we de zon weer onder gaan, terwijl Deborah verslag deed van haar avonturen. De eilanders waren heel aardig geweest, en bleven haar drank en sigaretten aanbieden. Ze had zich er heel erg welkom gevoeld en had net als wij een geweldige dag gehad! De volgende dag was het tijd voor het afscheid. Deborah wilde ondanks alle problemen bij de grens naar Peru toch proberen de oversteek te maken. Over een paar dagen was er een groot feest in Cuzco waar ze perse bij wilde zijn. Sjem ging ergens anders chillen. Het was een grappig stel: de een heel ontspannen, de ander wat drukker in haar doen en laten. Het grappige aan Deborah was dat ze altijd een heel probleem maakte van haar bestellingen in restaurants, en dat ze achteraf steeds het verkeerde bleek te hebben gekozen. ‘I have questions!’ was altijd wat ze zei wanneer we vroegen of ze al wist wat ze wilde hebben.
Nu waren we weer met z’n tweeën op een eilandje, ook wel weer erg fijn! Die dag hadden we eindelijk weer emailcontact met Fee en Merijn. Die waren al naar ons onderweg! Die middag zouden we weer herenigd worden, leuk!! Omdat het nog wel even zou duren voor ze aan zouden komen, gingen wij eerst nog wat ruines bekijken. Het was weer een mooie wandeling, ondanks dat we in eerste instantie verkeerd waren gelopen waardoor we een heel stuk extra moesten klimmen. De ruines waren gaaf om te zien. Het was een vierkant kasteel met allemaal kleine kamertjes. De deuren waren in de vorm van een soort driehoek. Ineens snapten we de vorm van de ramen van veel van de gebouwtjes op het eiland, die blijkbaar op de ruines zijn geïnspireerd. Het was leuk om te bedenken hoe heel lang geleden mensen met hun blote handen dit gebouw hadden gemaakt. En dat ze dat zo goed hadden gedaan dat het er nog steeds in behoorlijk goede staat stond! Op de terugwandeling namen we op een heuvel een kopje koffie. Die oploskoffie kon niet duur zijn dachten wij. Op het eiland doen ze overal nogal moeilijk over wisselgeld. Uit de pinautomaten krijgen we steeds briefjes van 100 Bolivianos. Dat is een tientje in euro’s. Die briefjes zijn hier behoorlijk wat waard, en dus lastig te wisselen tegen kleiner. Nu hadden we dus of 15 Bolivianos in muntjes of een briefje van 100. Natuurlijk kostten onze drankjes 20 Bolivianos… en na een minuut of 5 spraken we met de koffiemevrouw af dat we later nog eens terug zouden komen om de resterende 5 Bolivianos te betalen. Wij liepen terug de trap af om bij het haventje de komst van Fee en Merijn af te wachten. Er passeerden heel wat bootjes, en na een uurtje kwam het bootje met voor ons heel bijzondere passagiers aan. Natuurlijk hadden ook zij hun hele bepakking meegnomen…. Na alles hijgend omhoog te hebben gehesen konden we lekker bijpraten! Fee en Merijn hadden een geweldige tijd in de jungle gehad, en daar was Merijn ook een beetje opgeknapt door het klimaat. Ze hadden super mooie foto’s van alle dieren die ze vanuit de boot hadden gezien. Maar Fee was ook heel blij toch het Titicacameer nu te zien, een lang gekoesterde wens! Met z’n vieren gingen we weer naar de uitkijkheuvel, ook zij stonden versteld van het uitzicht over het meer. Fee had in Nederland van Wilma een steen uit haar tuin meegekregen met de vraag om deze op een bijzondere plek achter te laten. Die plek hadden we nu gevonden! Een klein stukje Nederland kijkt nu uit over het Titicacameer, het grootste meer ter wereld op deze hoogte. Die avond gaan we samen naar de zonsondergang kijken. Natuurlijk betaald Merijn wat aan de kindertjes die voor een paar Bolivianos graag op de foto willen. Wij wisten al dat je hier op moest passen met de combinatie kinderen en camera’s, dat is namelijk standaard dokken of een boze moeder! En ja, dat geld ook voor een foto van een lama in een tuin. Nadat de zon plaats heeft gemaakt voor de sterren moeten we ze natuurlijk het heerlijke eten van ‘Las Velas’ laten proeven, en dat was weer zo lekker dat zelfs Felice haar hele pizza opat: een hele eer! De volgende dag praten we nog wat na over de reis die we samen hebben gemaakt. Wat een geweldige dingen hebben we samen gezien en beleefd! Toen was het voor Fee en Merijn tijd om de tassen weer op te pakken, helaas moeten ze nu toch echt gaan beginnen aan de terugweg naar huis. Samen maken we de afdaling naar de haven waar ze weer op de boot stappen. We zwaaien ze uit tot onze armen lam zijn en we ze niet meer kunnen onderscheiden. Oei, is dat een klein traantje?!? Het samen reizen is nu echt afgelopen, en dat vinden we toch wel jammer. Ons rest nu nog de schone zaak om voor 50 cent weer de berg op te lopen om onze schuld af te lossen, dus dat doen we dan ook. Die avond zit ‘Las Velas’ helemaal vol dankzij Jim die het heerlijke eten aan elke toerist had aangeraden die we tegen kwamen. Natuurlijk waren de eigenaren daar heel erg blij mee, en als dank krijgt Jim een door mevrouw zelf gebreide sjaal. De kokkin wist precies welke hij het mooist vond, want hij had er de vorige avond al naar staan kijken. Dat is nog eens een leuk souvenir! Aan de overkant zien we een groot vuur op een heuvel. We horen dat het vanavond ‘San Juan’ is, een speciale avond waarop mensen overal vuur maken en wat vuurwerk afsteken. Ook bij het restaurantje maken ze een kampvuur. Sjonge wat brand eucalyptus snel!! De takken en blaadjes branden binnen secondes op het vuur. De volgende dag nemen we een bootje naar de noordkant van het eiland. Hier worden we verrast door allemaal mooie baaitjes. Elke bocht de heuvel op geeft ons een nieuw uitzicht. Boven ons cirkelen een paar roofvogels. Wat is het hier toch mooi! Van een oud vrouwtje kopen we nog een zelf geweven riem die natuurlijk gelijk om gaat. We lopen verder omhoog waar meer ruines uit verleden tijden liggen. Deze ruines zijn een heel dorp, in dezelfde stijl als het gebouw dat we eerder zagen. Het is een heel doolhof van kamertjes en gangetjes. Ze hadden een mooie plek uitgekozen voor hun bouwwerk, boven op de heuvel met uitzicht op een strand. Daar eten we een broodje voor we aan de wandeling terug beginnen. Het pad loopt over de heuvels heen, waardoor het een pittig tochtje is. Op het eiland zien en ruiken we overal kleine brandjes, waar de eilandbewoners zich totaal niet druk over maken. Blijkbaar hoort dat erbij op zo’n droge plek. De rook ruikt wel erg lekker door de geurige struikjes. De cocasnoepjes doen hun werk weer en wij beklimmen heuvel na heuvel. Ergens halverwege staat een boog over het pad, waar we weer een ticket moeten kopen bij de man die er naast zit. Dat zag er uit als een ontspannen baantje! Bij een volgende kleine pauze houden drie hondjes ons gezelschap, die onze droge broodjes lekkerder vinden dan wij. Het laatste stuk lopen we door nog een heerlijk geurend eucalyptusbos. Een oude vrouw met een hele club kinderen vraagt of we een foto willen, maar wij lopen door. Achteraf had ik best een foto van die oma willen maken voor een mooi portret! Na meer dan twee uur wandelen komen we weer in ‘ons’ dorpje aan. We voelen ons hier na die dagen al helemaal thuis! Die avond eten we de laatste avondmaaltijd natuurlijk op de bekende plek… na twee avonden verrukkelijke lasagne toch weer zo’n goedgevulde pizza. Laatste nacht in het doorgezakte bed is minder lekker. Doorgezakte bedden zijn we ondertussen wel aan gewend, en zijn ook niet zo erg. Maar als je langer dan een paar nachten op hetzelfde doorgezakte bed ligt dan ken je alle kuilen wel… ook verlangen we nu wel weer eens naar een warme douche om onze haren te wassen. De volgende ochtend nemen we de boot weer terug naar Copacabana. Omdat dit zo’n toeristen-doorvoerhaven is voelden we er niet veel voor om hier te blijven. Na een echt bakkie koffie (jippie, geen oplos!) stappen we in de bus terug naar La Paz. De tocht is weer leuk, die bussen op vlotjes blijven cool! Na een tijdje begint het einde van het meer in zicht te komen. We kijken nog maar eens goed. Dag mooi meer, gaan we je weer eens terugzien?


Geen opmerkingen:

Een reactie posten