donderdag 2 juni 2011

19 Mei: De grens over naar Bolivia



 Daar gingen we weer, de bus in. Deze keer werden we uitgezwaaid door Bettina en Claudio. Bij het afscheid werden de meest hartelijke wensen uitgewisseld, we hadden een heerlijke tijd gehad! Het voelde als een eer deze fantastische vrouw te mogen hebben leren kennen. Nu was het elf uur ’s nachts, en vertrok de bus naar de grensplaats Santiago Mezzo, ook wel Pocitos genoemd. Het was de laatste rit in een luxe Argentijnse bus, die ietwat werd verstoord door een huilend kind direct achter ons en de slachtscenes uit de film die opstond. Robin Hood, twee keer achter elkaar, totdat Jim de dvd-speler maar uitzette. Deze keer kregen we geen hapjes en drankjes in de bus, maar kwamen bij een aantal stops allerlei verkopende mannen en vrouwen de bus in. Met drankjes, snoepjes en allerlei klaargemaakt voedsel zoals sandwiches. Het landschap waar we de laatste uren doorheen reden was heuvelachtig en groen. Hier geen bomen met gele bladeren, maar akkers en grote groene planten. Het was een lange zit, om een uur of drie bereikten we de grens. We waren hongerig en moe, en ploften neer bij een restaurantje. We besloten niet direct door te gaan, maar die nacht daar in een hostel te slapen. Terwijl de mannen een geschikt onderkomen zochten kregen de dames wijze raad van een bierdrinkende Boliviaanse: neem niet meer dat twee kinderen. Zelf had ze er vier, maar dat was volgens haar echt te veel. Na haar beloofd te hebben haar raad op te zullen volgen namen we weer afscheid. We lieten onze tassen in het hotel achter en maakten een rondje door het plaatsje. Het was er nogal druk en de mensen leken hier opeens haast te hebben. We gingen vroeg ons bed in, omdat we de volgende ochtend niet te laat de grens over wilden.

          






       

Bij de grensovergang werden we geholpen door een heel erg aardige jonge douanier. Als we hadden gewild hadden we zo door de douane heen kunnen lopen, Argentinië uit en Bolivia in. Maar natuurlijk hebben we de stempels in ons paspoort wel nodig! De grens is een brug over een riviertje, waar Bolivianen druk heen en weer rennen met karretjes volgeladen met van alles en nog wat. De grenspost in Bolivia bestaat uit een hokje met een balie, met daarachter vier mannen. Na het invullen van een formuliertje konden we door, zonder dat ze onze tassen hoefden te zien. Dat ging snel! Op straat voelden we direct dat we in een ander land terecht waren gekomen. De mensen zijn kleiner en kleden zich anders. Direct zien we mensen kauwen op coca-blaadjes, waardoor ze één bolle wang krijgen. Het was een heerlijke zonnige ochtend. Op straat verkopers met verse sapjes en etenswaar, en de straat was aan beide kanten van de stoep gevuld met kleurige stalletjes waar ze kleding en handdoeken verkochten. Merijn ging helemaal uit zijn bol toen hij een ‘Dragonball-Z’ handdoek zag, die hij met Argentijnse pesos kon betalen. Wij gingen op zoek naar een busstation en een pinautomaat. Die lagen allebei een stukje van de grens, gelukkig konden we de bus ook met pesos betalen. De bussen in de stadjes zijn kleine busjes, die ze ‘micro’s’ noemen. Na het pinautomaat gingen we direct naar het busstation. Gelukkig ging de klok hier een uur achteruit, waardoor we precies nog een kop koffie konden drinken voor we verder gingen naar de eerstvolgende grote plaats: Tarija. De busrit was geweldig mooi. We zaten in een stoere bus met dikke banden, en dat was nodig ook. We reden over onverharde wegen dwars door de bergen. Deze bergen waren niet kaal, maar dik bebost. Het uitzicht was fenomenaal: groene bergen waarop niets anders te zien was dan bomen en de weg. We keken maar niet te veel in de afgronden, zeker als we grote vrachtwagens moesten passeren. Bij de eerste stop kopen we de eerste coca-blaadjes om op te kauwen. Jim en Merijn proberen wat van dat spul, dat erg naar hooi ruikt. Zo opwekkend was het ook weer niet, want al snel doezelden we ondanks het uitzicht wat in. Op de kaart lijkt het een klein stukje, maar we deden toch echt acht uur over de rit. Aangekomen in Tarija bracht een taxi ons in het donker naar het hostel. Het prijsverschil met Argentinie is enorm! Zowel voor het slapen als het eten betalen we hier stukken minder. Het land is dan ook een stuk armer. Mensen eten bij een centrale markt. Dat is een groot gebouw in het centrum van de stad, met meer verdiepingen. Beneden zijn de kraampjes van vrouwen, waar groente en fruit zorgen voor een kleurrijk geheel. De kraampjes met vlees maken ons een beetje misselijk, waar lappen vlees ongekoeld aan haken hangen en je volgens mij alle delen van dieren wel kan kopen. De kraampjes zijn allemaal klein, en hebben bijna allemaal dezelfde waar liggen. Boven bij het eetgedeelte staan tafels en banken met daarachter de koks. Mensen eten bij de tafel waar het eten is gekocht. Dat is meestal salade met rijst en een mengsel van groente en vlees. Omdat er zo snel niet een vegetarische variant te zien was lieten we Merijn hier achter en aten de drie vegetariërs een patatje aangevuld met een schep uit de heerlijke salade-bar. De volgende ochtend konden we het stadje bij licht bekijken. Die dag zouden we weer verder gaan naar de volgende bestemming, dus het was leuk alles even goed te bekijken. De straten hebben smalle stoepen en het centrum is druk. De gebouwen hebben mooie kleuren, één gebouw is puur goud en zilver, werkelijk verblindend. In de middenberm staan palmbomen, en de heuvels waar we op uitkijken zijn niet zo kaal als de Argentijnse Andes. De Boliviaanse vrouwen zien er geweldig uit in hun traditionele outfit. Ze dragen over het algemeen charmante maar te kleine en goedkope sandaaltjes, met daarin kousen en daarboven beenwarmers. Daarboven een plooirok die ongeveer tot op de knieën komt. Als bovenstuk dragen ze bloesjes met borduur van synthetisch materiaal, en daaroverheen een gebreid vest. Hun haar is in twee lange vlechten gevlochten, waaraan kwastjes met kralen hangen. En boven op hun hoofd een bolhoedje. Wanneer ze hun kinderen of spullen vervoeren doen ze dat in kleurrijke stevige doeken, die ze om hun schouders knopen. En die vrouwen versjouwen nogal wat!! De wat oudere mensen hebben nogal verrotte gebitten, zou dat door die blaadjes komen? De coca-blaadjes liggen in enorme zakken op straat. Om de werking van de blaadjes te versterken knagen ze erbij op blokjes bicarbonaat, wat wij kennen als bakpoeder. Bij kraampjes op straat zien we gedroogde lama-baby’s en gordeldiertjes liggen, wat wij toch een beetje luguber vinden.








Op het centrale plein drinken we heerlijke cappuccino’s op een chique terras, en voeren we een meute duiven. Die beestjes waren helemaal niet bang, waardoor je al snel overladen werd met vogels zodra ze doorhadden dat we voer voor ze hadden. Fee en Merijn rusten wat uit in een park op een mooie uitkijkheuvel, terwijl Fem en Jim op jacht gaan naar mooie instrumenten. Jim doet hier een goede vangst, Bolivianen kunnen mooie fluiten maken! Die avond verwennen we onszelf met een maaltijd op het chique terras voordat we de bus weer instappen. Het was hetzelfde type bus en hetzelfde type wegen als de rit de dag ervoor. We werden enorm door elkaar geschud, en waar we niet op voorbereid waren: het werd ’s nachts heel erg koud! Merijn, die in zijn zwembroek de bus in was getapt, kon gelukkig een deken van de buschauffeur bietsen. De hobbelige weg kwam om 4 uur ’s nachts tot een einde in Tupiza.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten