woensdag 8 juni 2011

1 & 2 Juni: Uyuni


Nadat we om 3 uur ‘s middags Ismael en Santos gedag hebben gezegd slepen we onze spullen naar het aardigste hostel dat we hebben gezien. We hebben twee kamertjes boven elkaar, met een warme douche. Wat is die heerlijk na zo’n tour!! De mevrouw van het hostel is een lief vrouwtje dat ons altijd toelacht en vrolijk gedag zegt. De kamers hebben vrolijke kleuren en de spijlen in de trap zijn gemaakt van fluiten, vast speciaal voor Jim!


Maar buiten is ook veel te zien, dus we gaan er die middag nog even op uit. We hebben al snel door dat Uyuni een doorvoerhaven is van een stroom toeristen die hierheen komt voor of nadat de zoutvlakte is bekeken. Natuurlijk komen we hier ook Nederlanders tegen. Nou ja, Brabanders dan, die op aanraden van Jim hier een mooie carnavals-outfit bij elkaar scharrelen. Het is zeker geen onaardig plaatsje, niet zo groot maar wel met meerdere markten. Op straat staan kleine karretje waar allerlei etenswaar wordt verkocht. De Bolivianen zelf ontbijten met ‘empanada’s’, gevulde deegflapjes met een rode saus. Over het algemeen zit er vlees in, dus wij kopen vaak een zak met broodjes die elke keer erg wisselt van smaak. Zoals overal in Bolivia veel karretjes met sinaasappels, waar voor vijftig cent voor je neus een vers sapje wordt geperst. En natuurlijk, ook de ijscoman rijdt met zo’n karretje rond.


In het centrum staat een klokkentoren met een niet-werkende klok en een klein maar zonnig plein met terrasjes. De terrasjes horen bij restaurants die pizza’s en vegetarisch eten aanprijzen, in hun beste Engels op de borden. Bolivianen en Engels levert soms best wel grappige combinaties op. We kijken niet meer op van ‘Breakfat’, ‘Tupperwar’of ‘Don’t push the paper in the toilette’. Dat laatste slaat overigens op het feit dat je hier in Bolivia (maar ook in Argentinie) je gebruikte ‘papel hygienico’ niet door de plee mag spoelen maar in een vuilnisbakje naast de ‘baño’ moet gooien. De eerste week maak je hier nog wel eens uit automatisme een foutje in, maar nu zijn we het al helemaal gewend. Soms moet je doorspoelen door een emmer met water in het toilet te storten, werkt ook prima. De douches zijn hier in Bolivia meestal elektrische douches. Dan hangt er een plastic douchekop met allerlei elektriciteitsdraadjes waar het water in de kop zelf wordt verwarmd. Ze schijnen nog wel eens schokken te geven wanneer er een draadje niet helemaal goed zit, maar gelukkig is ons dat tot nu toe nog bespaard gebleven.  Omdat er hier aan de rand van de zoutvlakte veel toeristen komen barst het van de winkeltjes. Die verkopen zo veel moois, we worden er bijna hebberig van! De enige remedie is alle winkels te bekijken, zodat je ziet dat ze eigenlijk overal hetzelfde verkopen en de mooie spullen op het laatst niet zo speciaal meer lijken. Dat lukt goed met de meeste spullen, maar sommige dingen zijn echte kunstwerken, zoals de fantastische handgeweven lama-wollen kleden in schitterende kleuren. De winkels zouden soms net zo goed musea kunnen zijn, wat ontzettend mooi! De prijs is er natuurlijk wel naar, en dat houdt ons tegen onze tassen vol te proppen of weer naar het postkantoor te gaan. We houden ons dus nog even in, want we verwachten later op de reis nog meer weefwerk tegen te komen. De eerste avond duiken we vroeg onder de wol, op de twee kamertjes staan de laptops aan om lekker op bed een filmpje te kijken. Felice was zo geniaal om wat eten te halen en trakteerde ons op een heerlijke pizza. De man van het restaurant was zelfs met haar meegelopen om alles te helpen tillen! Door deze aardige actie en de smaak van de pizza besluiten we de volgende avond met z’n allen in dat restaurant te gaan zitten. Daar ontdekken we dat ze van quinua (zoals ze het hier schrijven) ook soep maken, en ’s ochtends halen we bij een klein karretje een warm drankje van appel en dit locale Andes-graan. Super lekker!! Terwijl onze vieze was bij de wasserette ligt brengen we deze dag in dit plaatsje vooral winkeltjes-kijkend door.  Jim had de eerste middag aan de rand van de zoutvlakte een super leuk groen vilten hoedje gekocht, en zag een dag later de perfecte hoed voor Femke. Ook van vilt, maar dan bruin met een lief wit randje. Zo’n hoedje is toch wel echt lekker tegen de zon, en nu gaan we dus als Jut en Jul over straat.


Ook vind Jim eindelijk een muts die hem past, de Boliviaanse modellen zijn over het algemeen niet gemaakt op zo’n mooie bos krullen! Behalve de winkels is hier weinig te beleven, en dus boeken we een bus voor de volgende dag naar Sucre. Fee en Merijn hadden eerst het plan om ook een stop te maken in Potosi, de hoogst gelegen stad ter wereld. Deze stad is groot en bekend om zijn zilvermijn. Toeristen kunnen de mijn bezoeken om zich rot te schrikken van de erbarmelijke omstandigheden waarin de mijnwerkers moeten werken. Maar nadat de Brabanders ons vertellen dat ze twee dagen bij moesten komen van het stof in de mijn besluiten we dat dit echt een no-go is. De volgende ochtend in de bus rijden we via de vuilnis-vlakte de bergen in en worden we getrakteerd op een uitzicht van bovenaf op de zoutvlakte. Eenmaal bij Potosi zijn we blij dat we doorrijden, de stad ziet er namelijk niet zo gezellig uit. Na deze plaats te hebben gepasseerd merken we dat we de hoogvlakte een beetje verlaten. De halfvolle waterfles deukt helemaal in door het drukverschil! Ook zien we ineens weer bomen, en die zijn zelfs groen. Dat was een tijd geleden dat we die zagen! Tot hoog op de bergen zijn terrassen gemaakt waar van alles verbouwd wordt. Wat een werk moet dat zijn om die te maken! De weg krijgt net een opknapbeurt, sommige stukken rijden we op asfalt en een aantal bruggen zijn in aanbouw. Dat asfalt is nogal speciaal, maar een tiende van de wegen schijnt in dit land geasfalteerd te zijn. We zijn blij dat we overdag rijzen en wat van het landschap kunnen zien. Na drie uur hebben we wel al een houten kont van de stoelen in de bus, maar helaas, de rit duurt toch echt negen uur. Tussendoor twee stops om te wat te eten en naar het toilet te gaan. Jammer genoeg zitten in de Boliviaanse bussen geen toiletten, zoals we gewend waren in Argentinië. De laatste plaspauze was voor Fee niet bepaald een succes. De chauffeur stopte gewoon naast een veld, waar iedereen die moest maar in het wild de boodschap los moest laten. Zou hij dat gedaan hebben omdat Fee al twee keer bij een tankstation had gevraagd of ze daar naar de baño kon gaan? Wel een grappig gezicht hoor, die Boliviaanse vrouwen in hun rokken daar plassend in de bosjes! 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten