maandag 11 april 2011

Osvaldo’s Recepten




Het is hier nog steeds heel fijn. Ondertussen zijn we ook allerlei klusjes op het terrein aan het doen. We hebben het kippenhok schoongemaakt, het houthok opgeruimd, een oven gemaakt, bladeren geveegd en een hele berg aarde verplaatst. En ja, we hebben ook weer tomatenpuree gemaakt! We moesten er eigenlijk niet aan denken na onze ervaring op de boerderij in Tunuyan, maar gelukkig heeft deze pureer-sessie ons juist over onze afkeer heen geholpen. Ditmaal waren de tomaten namelijk heel erg fris en mooi, de enkele die minder mooi was ging gewoon de groenbak in. We wasten de tomaten stuk voor stuk voor Jim ze razendsnel in een handmolen tot moes prakte. Binnen, om te voorkomen dat er beestjes in kwamen. Deze keer gebruikten we wel een trechter om de flessen te vullen, en werden deze minstens een uur gekookt. Van een deel van de verse puree die over was maakten we een verse soep, en van de mooiste tomaten die we achter hadden gehouden een tomatensalade. We dekten de tafel buiten en aten er met zijn allen heerlijk van! Het is hier erg gezellig met ons drieën, Osvaldo en David, een Engelse jongen. Hij is hier op zijn fiets, en rijdt van het meest zuidelijke puntje van vuurland tot Alaska. Daar hebben we wel bewondering voor! Hij zegt elke avond dat hij de volgende dag weer verder gaat fietsen, maar tot nu toe duikt hij na een uitgebreid ontbijt weer zijn bed in en blijft zo nog een dagje. Dat vinden wij niet erg, want hij is erg aardig en grappig. Hij speelt gitaar, en heeft gisteravond ook bijgedragen aan de opnames. Inca knapt ondertussen heel erg op. Het onzekere scharminkeltje is veranderd in een bijdehante tante. Ze speelt uren met de andere honden en haar ribbetjes zijn zo goed als onzichtbaar geworden. Elke ochtend is ze heel erg blij ons weer te zien, en wij haar!

Femke en Felice zijn de fijne kneepjes van Osvaldo’s kookkunsten aan het leren. Op dit moment regent het hier, voor het eerst sinds we op dit continent zijn. We hebben net een warme appeltaart uit de houtoven gehaald, gemaakt van vers geplukte appels en vers geraapte eitjes. Daar zitten we nu binnen van te smullen, met een lekker kopje koffie erbij. Een goed moment om twee recepten op te schrijven die we van Osvaldo geleerd hebben. Hij zal ons ook nog leren hoe we Argentijnse empanada’s en zijn vega-burgers kunnen maken, zodra we de geheimen daarvan kennen zullen we ze weer met jullie delen!

Osvaldo’s Argentijnse groententaart

Deeg:
- 2 eieren
- 600 gram volkorenmeel
- zout
- klein kopje olie, zoals olijfolie
- 1 glas water

Meng de ingrediënten langzaam tot een deeg. Eventueel kan een beetje bakpoeder gebruikt worden om het luchtiger te maken. Laat het deeg afgedekt rusten.

Vulling:
- 2 eieren
- mix van groenten naar keuze. Wij namen wat we toevallig hadden liggen: courgette, paprika, en wat boontjes. Snijd het allemaal in kleine stukjes. En natuurlijk ui en knoflook!
- zout en peper
- kruiden

Fruit de ui, doe daarna de knoflook erbij en bak even mee. Doe de gesneden groenten erbij, en laat ze zo goed als gaar koken. Voeg ook het zout en peper toe en de kruiden.
Vet een lage quichevorm in. Verdeel het deeg in tweeën, en rol ze allebei uit tot ronde platte pannenkoeken. Leg de eerste plak in de vorm.
Breek de twee eieren boven een kom en kluts ze door elkaar. Gebruik 1 ½ ei om door de groenten te roeren, houd een beetje over om later de bovenkant van de taart mee te kunnen bestrijken. Doe dit mengsel in de vorm, laat de rand van het deeg een beetje vrij. Leg de tweede deeglap erop, en sluit de taart door de twee deeglagen aan elkaar te plakken. Snijd het deeg dat over de rand hangt af, en duw daarna met een vork de twee deeglagen op elkaar zodat een mooie rand ontstaat. Smeer de bovenkant in met het overgebleven ei en prik er met een vork gaatjes in, zodat vocht uit de groente kan ontsnappen. Zet de taart een kwartier in de oven, en klaar!


Osvaldo’s volkorenbrood

Recept voor 5 broden. Het worden vrij stevige en vullende broodjes!

- 500 gram bloem
- 1500 gram volkorenmeel
- 1 liter lauwwarm water
- 2 kleine handjes zout
- 25 gram gist
- 1 theelepel suiker
- 2 kleine soeplepels plantaardige olie
- Een handje sesamzaadjes

Neem een kopje lauwwarm water en doe de gist hierin, samen met een theelepel suiker. Roer het zachtjes zoor elkaar en laat 5 minuten staan zodat de gist begint te schuimen.
Doe de bloem en het volkorenmeel bij elkaar in een grote kom en meng het meel.
Rooster de sesamzaadjes in een droge koekenpan, tot ze donker kleuren en ze lekker ruiken. Plet de geroosterde zaadjes met een deegroller, en doe dit bij het meel.
Maak een kuiltje in het meel in het midden van de kom. Doe in dit kuiltje de olie en het water met de gist, en de rest van het water. Doe het zout aan de rand van de kom bij het meel, zodat het niet direct tegen de gist aankomt. Meng de vloeistoffen langzaam vanuit het midden met het meel. Kneed het deeg goed, neem ook het meel mee dat aan de rand van de kom geplakt zit. Bewerk het goed met je vuisten, gooi het om, hard kneden dus. Er kan eventueel wat water bij, het deeg moet plakkerig zijn: zacht en taai.

Bedek de bovenkant van de deegbal eerst met plastic en leg er daarna een handdoek op. Laat de deegbal een half uur tot drie kwartier rijzen op een warme plaats, zoals de vensterbank. Kneed het deeg daarna weer. Verdeel het deeg in 5 ongeveer gelijke stukken. Maak bollen van de stukken deeg. Kneed het deeg richting 1 punt naar binnen toe, zodat er aan de andere kant een glad oppervlak ontstaat. Laat deze bollen ongeveer een kwartier onder een handdoek rijzen. Zet in de tussentijd de oven aan. Wij hebben hier een oven die op de warmte van een vuur werkt, we hebben geen idee om hoeveel graden het zal gaan in een gewone oven.
Pak een bol en leg hem met de gladde bovenkant op het werkblad. Maak zachtjes een rol van de bol, door met de muis van je hand een flap in het deeg te maken en deze naar binnen te vouwen. Doe hetzelfde met de andere bollen en leg de vijf broden naast elkaar op een ovenplaat. Doe deze zo’n 35 tot 40 minuten in de oven, waarvan het eerste kwartier onderin de oven, daarna bovenin.
Meng in een kommetje wat olie, water en suiker. Smeer dit helemaal rondom op de broden direct nadat ze uit de oven komen. Zo drogen ze minder snel uit!



donderdag 7 april 2011

2: April Malargue


In het hostel in het dorpje zijn we twee nachten gebleven. We hebben een beetje rondgewandeld, het park bezocht en een museumpje, dat gratis was en waar de geschiedenis van de omgeving hier, zowel van de indianen als van de kolonisten werd getoond. Ook lagen er grote versteende houtstronken, waar we eigenlijk naar opzoek waren in deze omgeving. De straten zijn breed en ook hier weer met veel bomen in de herfstkleuren. Het hostel was voornamelijk bedoeld voor het ski-seizoen en daarom nu niet bijster gezellig. Dus we besloten naar het andere hostel van dezelfde eigenaar te gaan, het ecohostel, een aantal kilometer buiten het stadje. We werden met de taxi gebracht, en kwamen aan op een plek die zo heerlijk is dat we er voorlopig niet meer weg willen.




 Overdag is het heerlijk warm en de omgeving is weids en groen. Vooral bij zonsondergang genieten we van super mooie plaatjes van de bergen en de lucht die ’s nacht verandert in een sterrenhemel met miljoenen sterren. Het hostel zelf is op een ecologische manier gebouwd, de vormen zijn heel natuurlijk en speels. Het gebouw is overdag lekker koel en ’s avonds lekker warm. Op het terrein loopt een van de paarden los over het terrein, net als de twee lieve honden. Dit is ‘eco’ op zo’n manier dat iedereen er voor zou vallen! Heerlijke douches en wel afwasmiddel. We krijgen ’s ochtends het lekkerste brood van heel Argentinië geserveerd, vers gebakken door Osvaldo.













Osvaldo werkt hier bij het hostel, en is misschien wel de aardigste man van heel Argentinië. Hij is helemaal in de wolken van de opnameapparatuur van Jim. Twee dagen voordat we hier aankwamen had hij nog tegen een andere gast gezegd dat hij graag een programma op zijn computer wilde hebben om muziek te kunnen opnemen, maar dat hij er zelf te weinig verstand van had om dat te kunnen regelen. Die gast had hem toen gezegd dat hij er dan maar op moest hopen dat er eens iemand in het hostel langs zou komen die hem hiermee zou kunnen helpen….en toen stonden wij op de stoep en begon Jim heel enthousiast over zijn apparatuur te vertellen. Echt heel erg toevallig dus!









Osvaldo en Jim zijn direct begonnen met het opnemen. Hij heeft zelf veel instrumenten, en kan heel mooi spelen en zingen. De dag dat we hier aankwamen heeft Jim met hem en een andere gast het hele terrein afgestruind en zijn er allemaal zelfgemaakte instrumenten bijgekomen. Die avond maakten we een kampvuur, waar we zongen en iedereen een instrumentje in zijn handen had om mee te doen. Het was een heerlijke avond! Een andere dag nodigde Osvaldo bevriende muzikanten uit, die langs kwamen om te spelen en die een aantal instrumenten achterlieten die Jim en Osvaldo mogen gebruiken. Op dit moment zijn al drie nummers door Jim en Osvaldo gemaakt, ze zitten samen hele dagen binnen om op te nemen. Ook maakt Jim opnamen van de vogels, het stromende water in het riviertje en alles wat maar geluid maakt en binnen bereik van de microfoon is.

























De nummers die ze maken zijn echt heel erg goed en ze zijn nu van plan een hele cd op te nemen. 




Hier de link naar het album 


http://soundcloud.com/mokkamonkey/sets/mokka-monkey-osvaldo-elementos




Gelukkig is muziek een internationale taal, want Osvaldo kan niet zo goed Engels. Dus als er andere gasten komen tolkt Fee voor hem en af en toe vertaalt ze ook wat van zijn poëtische teksten. Als hij praat probeert hij dat zo duidelijk mogelijk te doen met allemaal gebaren, zodat zelfs Femke en Jim er wat van begrijpen. Inmiddels heeft Osvaldo ons uitgenodigd met hem mee de bergen in te gaan en zijn familie op te zoeken, waar geen elektriciteit of wat dan ook is. Hij moet zelf tot 20 mei werken dus het gaat waarschijnlijk een beetje lastig worden maar alleen al het aanbod, dat zo echt gemeend is, is wel heel erg leuk.
Osvaldo eet ook vegetarisch en vind het leuk ons heerlijke hapjes te geven. Hij plukt kruiden voor thee, we krijgen fantastische zelfgemaakte vega-burgers en extra volkorenbrood. In de omgeving zit wel een klein kioskje maar daar verkopen ze niet zoveel en naar het stadje is toch best een aardige wandeling! Dat hebben Femke en Felice een keer gedaan, en gelijk groenten voor een paar dagen gekocht. Het heeft Fee wat blaren op haar voeten bezorgd, een goed excuus om lekker rustig aan te doen. Fem en Fee hebben gisteren ook geprobeerd brood te bakken, geïnspireerd door Osvaldo en Femke die dacht een klein pakje boter te hebben gekocht, maar wat gist bleek te zijn. We hebben zoete met gedroogde vruchtjes en muesli gebakken en hartige met olijfolie, pizzakruiden, veel knoflook en parmezaanse kaas. Jammer genoeg kwamen ze niet zo uit de geweldige stenen houtoven als de broden van Osvaldo, we kunnen hier nog aardig wat leren! Wel gaaf hoor, zo eerst een echt vuur maken om daarna pas te kunnen bakken.



























We hebben hier ook een ‘aanhangsel’ gekregen zonder het echt te willen. Toen Femke en Felice een wandeling maakten dook ze ineens op. Een sterk vermagerd puppietje verscheen uit het niets verscheen en week niet meer van onze benen. Echt bizar en hartverscheurend. Normaal kan je je wel een beetje losmaken of afstand doen van de straathonden, maar deze……oef…..ze wierp zich met zoveel vertrouwen op ons en ook al deden we meerdere pogingen om haar weg te brengen en snel weg te rennen, na een paar minuten was ze weer bij ons. Uiteindelijk maakte het ons niet meer uit dat ze met ons meeliep, we dachten dat ze op het terrein van het hostel vanzelf wel door de twee grote honden aldaar zou worden weggejaagd. Maar ook al was ze doodsbang en liep ze trillend met haar gekorte staartje tussen haar benen, ze bleef op ons wachten en de grote honden weerstaan die vreselijk nieuwsgierig waren. Er werd ons verteld dat veel puppies gewoon gedumpt worden, iemand heeft toch haar staart afgeknipt dus ze moet ooit van iemand zijn geweest maar wie laat een beest nou zo vermageren dat het echt gruwelijk is om aan te zien? Goed, jullie raden het al, we zitten haar dus vet te mesten. We hoopten stiekem dat de eigenaar van het hostel haar ook wel wilde hebben maar die zei al dat hij haar wel ergens ver weg met de auto dumpt, ver genoeg dat ze de weg terug niet kan vinden. Het is zo’n lief scharminkeltje echt mooi door lelijkheid. Ze loopt overal achter ons aan…ook mee het dorp in. We hebben haar al honderd namen gegeven, maar nu noemen we haar Inca. We weten nog niet echt wat te doen. Fee heeft even op internet gezocht naar dierenasiels hier in de buurt, maar de berichten daarover waren zo gruwelijk dat we haar dat niet willen aandoen. Heeeel erg lastig dus, want eigenlijk heeft ze al onze harten al gestolen door haar ontzettende liefheid. Als ze de andere honden of het paard ziet dan rent ze onder je benen om daar te verschuilen of klimt op je schoot, likjes gevend en zacht piepend. Af en toe loopt ze in de prikkels van planten die onder haar voeten vast blijven prikken en ook dan rent ze hard naar je toe om ze er uit te laten halen. We doen alsof we nog niet heel erg gehecht zijn, maar stiekem voert Jim haar nog extra, eet Fem haar ei bij het ontbijt niet meer op en staan we vroeg op, alleen maar om te kijken hoe het met het beestje gaat. We hebben een bedje voor haar gemaakt met een handdoek van Fem, maar als ze ’s avonds, als ze het kouder heeft, op je schoot in slaap is gevallen is het zelfs moeilijk haar daar te laten. Na twee dagen zie je haar ribben al iets minder, maar ze blijft mager. Maar ze is zo’n stuk vrolijker geworden! Het stompje van haar staartje staat niet meer tussen haar benen maar omhoog, en ze speelt met de enorme honden hier op het terrein.
Hier blijven we dus nog even genieten. Van de muziek, de beestjes, de omgeving en de aardige mensen, hier zijn we alle drie heel erg gelukkig!

P.S. Wie een goed huis voor een heel lief klein hondje weet…!!



woensdag 6 april 2011

29: Maart San Rafael (deel 2)

’s Ochtends toen we ons klaarmaakten om mee te gaan met de tour naar Cañon del Atuel en Valle Grande kregen we de leuke verassing dat onze superdeluxe kamer was gereserveerd voor andere gasten. We konden wel een andere kamer krijgen maar we besloten meteen maar al onze spullen in te pakken met de hoop, na de tour, de laatste bus naar Malargüe te halen.


De tour was vet ook al lag de gemiddelde leeftijd van de medepassagiers hoog (behalve 2 jongere meiden) die allemaal van Argentijnse afkomst waren. We krijgen het idee dat de meeste Argentijnen vooral in eigen land vakantie houden. De sfeer was goed, Patricia de gids was een kwebbelaar die ons werkelijk alles wat je maar kan weten over de omgeving vertelde. Fee wilde af en toe wel wat vertalen maar daar kreeg zij de kans niet echt voor. De eerste stop was op een uitkijkheuvel, waar we genoten van een fantastisch uitzicht over de pampas die zich uitstrekten tot zover we maar konden kijken. Aan de ene kant van de heuvel was het land vruchtbaar, aan de andere kant was het bar droog omdat er te veel zout in de grond zat. Malargue was zelfs te zien, de plaats 200 kilometer ten zuiden van San Rafael waar we die avond naar toe wilden. De trip ging verder naar een groot stuwmeer, waar weer een mooi uitzicht op ons wachtte: een spiegelglad blauw meer met bergen op de achtergrond. De oever van het meer stond vol met zomerhuisjes van Argentijnen, waar we zelf ook best eentje van zouden willen hebben! Bij elke stop kwam natuurlijk de mate van de medepassagiers uit de tassen. Wij hadden ook onze thermosfles bij ons maar dan met oploskoffie. Die drinken we hier eigenlijk alleen maar en nu zijn we daar zo aan gewend dat we hem steeds meer zijn gaan waarderen. De twee meiden die mee waren, waren op zichzelf ook al een attractie. De een commandeerde de ander de hele reis om haar op alle mogelijke manieren en zo vaak mogelijk op de foto te zetten. Van dit ‘fotomodel’ zijn deze dag waarschijnlijk meer foto’s gemaakt dan door alle andere medepassagiers. Toen haar vriendin er na uren een beetje genoeg van begon te krijgen, gaf ze ook andere passagiers de opdracht haar schoonheid vast te leggen. Ook dit op commanderende wijze en zonder een dank je wel, alsof het al een eer was om naar haar te mogen kijken.

Na het meer reed het busje ons het dorpje El Nihuil in, dat aan de andere kant van het meer ligt. Daar gingen om 12 uur alle Argentijnen het restaurant in om zich te goed te doen aan een anderhalf uur durende gigantische lunch. Wij als echt Hollanders hadden broodjes met kaas in onze tas mee en kozen ervoor om die buiten in het zonnetje op te eten. Een heerlijk zelfgestookt drankje en een pot plantaardige crème waar we allemaal een groot fan van zijn geworden (zelfs Jim smeert het) bij een lief oud mannetje gekocht. Nadat de Argentijnen geen hap meer naar binnen kregen en een aantal al een drankje te veel op hadden stapten we weer onze tourbus in, die identiek was aan de andere 3 die voor het restaurant stonden en die we ook bij elke stop weer tegenkwamen. Na een afdaling reden we de beroemde kloof in, de Cañon del Atuel, die de Argentijnen zelf graag vergelijken met de Grand Canyon. Hoewel dit ietwat overdreven is was de kloof werkelijk spectaculair. De rotsen hadden allerlei verschillende kleuren, structuren en vormen. De gids liet ons raden welke figuren je in de rotsen kon zien. Natuurlijk was er een het grappigst, jullie raden wel welke vorm hij had. De man op het bankje voor ons legde de hele reis vast met zijn handycam, het maakte hem niet uit dat de weg hobbelig was en dat hij meer de stoel voor hem dan uitzicht filmde. Soms dook hij boven op zijn vrouw om iets van het uitzicht vanachter het raam te kunnen vastleggen, en liet af en toe de camera hevig op en neer schudden als hij schaterend moest lachen om een grapje van Patricia de gids. Wij hadden nu al medelijden met het thuisfront die deze urenlange excursie op die manier zal moeten meebeleven achter de tv of computer.


We stopten op plekken waar het bijzonder mooi was en uiteindelijk kwamen we dan bij de Valle Grande, een plek die veel te mooi was om maar zo kort te blijven. Een groot meer in een vallei tussen de bergen, het was bijna te mooi om waar te zijn.


Als verassing was de laatste stop bij een finca. Ze hadden een aantal dieren, maar verbouwden voornamelijk fruit zoals druiven, peren, perziken en pruimen. Bij het uitzicht van honderden meters droogrekken waar fruit op lag te drogen waren wij wat minder enthousiast dan de rest... We kregen een rondleiding over de boerderij en mochten producten proeven die rest daarna gretig insloeg. Fem en Fee hebben schaamteloos alles geproefd maar de portemonnee in de tas gehouden.

Patricia liet ons als eerste bij ons hostel afzetten zodat wij precies tijd genoeg hadden om de laatste bus te halen en nog even snel te pinnen. Reizen in de bus is heerlijk. We vertrokken om een uurtje of 9 ’s avonds, het was dus al donker. Onderweg stopte de bus en kwam een politieagent de bus inspecteren waarbij wij als buitenlanders natuurlijk de klos waren. We moesten uitstappen en meekomen naar een politiehokje langs de kant van de weg met onze spullen. Onze tassen werden door een mannelijke en vrouwelijke agent besnuffeld en alles werd uitgebreid bekeken. Toen ze na 10 minuten de hoop op het vinden van marihuana hadden opgegeven mochten we weer de bus in en reden we verder. Om een uurtje of 12 kwamen we Malargue binnen. Ons oorspronkelijk idee was om naar een ecohostel even buiten de stad te gaan, maar het tijdstip en afwezigheid van taxi zorgden dat we kozen voor een bed in het centrum.